Als het verhaal dichtbij komt
In 2004 werkte ik als regisseur aan een televisieprogramma voor MTV. We volgden een 19-jarig meisje uit Kenia dat haar hele familie aan aids had verloren. Wat begon als een televisieproductie, werd voor mij een ervaring die ik nooit meer ben vergeten.
In de vorige blog sloot ik af met de zin dat er andere punten waren waar ik tijdens het filmen op de OK meer moeite mee had. Want het was niet het decor, de arena waarin ik stond te filmen. Het waren de persoonlijke verhalen van de patiënten met wie we spraken. Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik op de terugweg naar huis aan mijn collega vroeg:
“Hoe zal het volgende week met die patiënt gaan? Dan heeft hij zijn operatie gehad. Moeten we een kaartje sturen?”
Als een verhaal persoonlijk wordt
Over het algemeen kan ik goed afstand nemen van de verhalen die ik tijdens mijn werk tegenkom. Dat moet ook wel. Je kunt niet iedere keer alles mee naar huis nemen. Maar op het moment dat verhalen echt persoonlijk worden, wordt dat lastiger.
De man met wie we hadden gesproken was getrouwd en tijdens het gesprek zat hij naast zijn vrouw. Hij vertelde onder andere dat hij het lastig had gevonden om zijn jonge kinderen te vertellen dat hij ziek was. Hoe leg je een kind uit wat endeldarmkanker is? En vertel je ook dat papa misschien niet meer beter kan worden?
Dat zijn vragen die na een opname niet zomaar uit je hoofd verdwijnen.
Hier onder een fragment uit een film over PTSS binnen Brandweer Amsterdam-Amstelland
Joyce, een meisje uit Kenia
Een ander verhaal dat me altijd is bijgebleven, gaat terug naar mijn werk als regisseur en video-editor.
In 2004 werkte ik aan een televisieprogramma dat later zou uitgroeien tot het populaire programma Puberruil. Het programma werd onder de titel Swapping Places (5 afleveringen van 25 minuten) voor de zender MTV gemaakt. Het maakte deel uit van een week waarin de zender aandacht besteedde aan de ziekte aids. In dit programma volgde ik een tienermeisje uit Kenia. De toen 19-jarige Joyce had haar hele familie aan aids verloren: haar moeder, haar vader, haar broer, haar zussen en ook andere familieleden.
Joyce kwam een week in Nederland wonen en zou haar leven ruilen met Renske, een schaatstalent uit het Friese dorp Garyp. Renske zou op haar beurt ervaren hoe het leven in Kenia was. Een collega van mij reisde af naar Kenia. Ik bleef in Nederland. Joyce zou samen met ons een week kunnen proeven van het leven in Nederland. Op papier was het een mooi uitgangspunt voor televisie. Maar de werkelijkheid bleek een stuk ingewikkelder.
“Zulke hoge gebouwen hebben jullie in Kenia natuurlijk niet”
We zaten met de cameraman en geluidsman in de auto van Renskes vader. En daar begon het eigenlijk al. De beste man wees bij het zien van een of andere flat naar de gebouwen en zei in alle onschuld: “Zulke hoge gebouwen hebben jullie in Kenia natuurlijk niet.” Ik dacht meteen: Heb je weleens foto’s van Nairobi gezien?
Daarna kwam het tafereel bij de ophaalbrug. We moesten stoppen omdat de brug openging. Joyce stapte uit en keek vol verbazing naar hoe de weg voor haar omhoog klapte. Daarna reden we het dorp in waar Joyce de komende week zou verblijven. Bij de pinautomaat vroeg ze zich af of daar misschien iemand in zat die het geld naar buiten duwde. Of die avond waarop we hadden gegeten en de moeder van Renske een hele bak met overgebleven nasi of bami in de prullenbak gooide.
Dat voelde niet goed. Joyce leefde normaal gesproken op borden met pap.
Ik was zelf ook onderdeel van het probleem
Maar ik was zelf ook schuldig aan een aantal minder geslaagde acties. Omdat het programma voor een jong MTV-publiek bedoeld was, had ik een paar “leuke dingen” bedacht waarvan ik vooraf wist dat ze zouden scoren. Want hoe “leuk” zou het zijn als we Joyce op de schaats zouden zetten? Ze ruilde immers een week lang met het leven van schaatstalent Renske. Of hoe “leuk” zou het zijn om haar te laten skeeleren in Amsterdam? Ik wist gewoon dat dit zou scoren: het hippe Vondelpark in het nog hippere Amsterdam en een meisje op skeelers dat zeker zou gaan vallen.
En het woord leuk is hier totaal misplaatst. Want natuurlijk wist ik dat Joyce zou gaan vallen. Als jonge maker liet ik me nog volledig drijven door kijkcijfers. Eigenlijk was het dezelfde jacht naar likes en clicks die influencers tegenwoordig kennen. Daar schaam ik me nog steeds voor. Maar aan de andere kant is het wel een les geweest die ik tot op de dag van vandaag met me meedraag als ik een programma of film maak.
Is het wel integer wat ik maak?
Die vraag stel ik mezelf nog steeds. Vrij recent werkte ik aan een datingprogramma voor de omroep EO. Voordat ik de opdracht aannam, heb ik heel expliciet gevraagd of het allemaal wel integer zou zijn. Want als maker weet ik als geen ander hoe kwetsbaar mensen voor de camera kunnen zijn. En hoe eenvoudig je iemand met een paar trucjes tijdens de montage voor gek kunt laten staan. Ik heb de opdracht voor de EO aangenomen omdat integriteit voor die omroep echt een pijler is.
Maar terug naar die week met Joyce. Want de echte klap kwam pas tijdens de opnames op een plezierjacht.
Hieronder de miniDOC ‘Gesmoorde Woorden’ over Patrick die in zijn jeugd het slachtoffer is geworden van seksueel misbruik.
“Het kan niet waar zijn”
Al varend over de Friese wateren had Joyce een gesprek met een leeftijdsgenoot. Haar naam ben ik vergeten, maar ze was als baby met hiv geboren omdat haar moeder tijdens de zwangerschap hiv-positief was. Ze vertelde Joyce over hoe zij al haar hele leven met hiv leefde. Hoe vertel je een jong meisje uit Kenia dat er op een paar uur vliegen van haar dorp een land is waar mensen niet of nauwelijks meer overlijden aan de gevolgen van aids?
Joyce geloofde er niets van. Het kon niet waar zijn wat ze hoorde. Want haar leeftijdsgenoot was beautiful en ze was gezond en dik. Dat kon volgens Joyce niet. Het was een grote leugen. Zo groot was het ongeloof dat we de opnames voor die dag stil hebben moeten leggen.
Een dag later hebben we een aantal scènes opnieuw opgenomen, nadat we Joyce hadden verteld dat het geen leugen was. Dat er in Nederland inderdaad nog maar weinig mensen overlijden aan de gevolgen van een hiv-infectie.
Niet het mooiste, wel het meest indrukwekkende
Als mensen mij vragen wat het mooiste is wat ik ooit heb gefilmd, zeg ik eigenlijk nooit het mooiste. Ik zeg liever: wat heeft de meeste indruk op me gemaakt? En dan denk ik niet aan die operatiekamers. Ook niet aan spectaculaire opnames naast een F-16-jachtvliegtuig. Tot op de dag van vandaag is die week met Joyce een ankerpunt in mijn leven. Nog steeds denk ik terug aan deze productie waaraan ik mocht werken. Niet alleen vanwege wat we hebben gefilmd. Vooral vanwege wat ik zelf heb geleerd.
“Ze heeft toch een leuke week gehad?”
De echt bittere nasmaak kwam pas na de opnames. Toen ik op maandag weer op kantoor kwam, vroeg de producent hoe alles was gegaan. Ik vertelde hem hoe heftig ik alles had beleefd. En ik vroeg hem of er in Kenia nazorg voor Joyce zou zijn. Ik voelde aan alles dat deze week voor Joyce, qua emoties en vooral in haar blik op de wereld, nooit meer hetzelfde zou zijn. Nazorg bleek er niet te zijn en zou ook door hem niet worden geregeld.
Het antwoord van mijn werkgever vergeet ik nooit: “Ze heeft toch een leuke week gehad? Ze heeft auto mogen rijden, ze heeft mogen schaatsen, ze heeft Friesland leren kennen…”
Die reactie vergeet ik nooit. Misschien wel omdat ik op dat moment besefte dat een televisieprogramma voor de één een productie is en voor de ander een ervaring die zijn of haar leven kan veranderen.
De beelden zijn verdwenen, het verhaal is bij mij gebleven
Helaas heb ik geen opnames meer van het programma. Het heette Swapping Places. Misschien is er in het archief van Beeld & Geluid nog iets terug te vinden, maar in deze blog kan ik niets uit Swapping Places delen.
Wat ik wél kan delen, zijn twee andere producties waarin opnieuw iets gebeurde wat me als filmmaker is bijgebleven. Een fragment uit een film over PTSS binnen het brandweerkorps Amsterdam-Amstelland. En de volledige versie van een mini-doc over Patrick, die op jonge leeftijd werd misbruikt door een “vriend” van de familie.
Ook daar kwamen tijdens het filmen emotionele verhalen boven. Misschien is dat wel wat me tijdens mijn werk als filmmaker het meest bijblijft.
Niet het decor.
Niet de camera.
Niet de techniek.
Maar de mensen die voor die camera hun verhaal vertellen.
Eric van Nimwegen
Filmmaker