Van een donkere kamer naar een kamer met Chinees behang

Nadat ik destijds was afgewezen voor de Filmacademie, koos ik voor wat op dat moment een goed alternatief leek: de School voor Fotografie. Achteraf gezien misschien wel een betere keuze dan de Filmacademie. Tijdens deze opleiding heb ik namelijk niet alleen leren fotograferen, maar ben ik ook opgeleid tot een ware alchemist. Met chemicaliën en een donkere kamer leerde ik mijn eigen films te ontwikkelen en af te drukken. Als aanvulling op mijn opleiding had ik bovendien het geluk dat ik als assistent voor Erwin Olaf mocht werken.

Donkere foto’s in een donkere kamer

Tijdens de periode dat ik bij Erwin in de studio assisteerde, stond ik uren in de donkere kamer om foto’s af te drukken uit de serie Blacks. En de mensen die het werk van Erwin kennen, weten dat dit donkere — héél donkere — foto’s waren. Een serie die ontzettend lastig was om goed af te drukken. Juist daarom waren het lange, maar vooral leerzame uren in de doka.

Van 6×6 middenformaat naar 18mm film

In diezelfde periode kreeg ik ook de kans om niet alleen met fotografie bezig te zijn, maar ook weer met mijn eerste liefde: film. Erwin was samen met zijn ateliergenoot en kunstenaar Frans Franciscus bezig met het schrijven van een script voor een film die zou worden opgenomen in landhuis Oud Amelisweerd. Voor mij was dat de kans om te assisteren tijdens de opnames van een échte film.

Geen videoclip gemaakt met een videocamera, maar het echte werk: een film opgenomen op 18mm-film. Een productie waarbij de cameraman werkte met een assistent die de filmrollen moest laden. Er was een gaffer, verantwoordelijk voor het licht, een focus puller die ervoor zorgde dat alles scherp bleef, en nog veel meer mensen met prachtige, interessante functienamen. Ik was echter ‘slechts’ de runner.

En dat betekende dat ik grote delen van de dag in een busje door het land reed om acteurs en decorstukken op te halen.

Een bus vol met mensen

De film waaraan werd gewerkt was Tadzio, een film die inmiddels prachtig is gerestaureerd en bij Eye bekeken kan worden. Het verhaal draaide om de hoofdpersoon Tadzio, de zoon van een bekende actrice. Tijdens de opnames van een film loopt hij over de set en wordt hij getuige van allerlei bijzondere situaties.

Mijn rol speelde zich grotendeels af op de weg. Ik reed het land door met mensen die onderdeel waren van het decor en de wereld van de film. Acteurs die allemaal volledig zichzelf durfden te zijn en daardoor soms opvielen tussen de grijze muizen die je normaal op straat ziet lopen. Transgenders, mensen met dwerggroei, dames die zo uit de Jordaan leken te zijn weggelopen. Gewoon mensen die nét iets anders waren dan de mensen die ik normaal in mijn dagelijks leven tegenkwam. Het heeft mijn leven verrijkt, mijn blik op de wereld verruimd en mij toleranter gemaakt.

Tussen de ritten door had ik gelukkig voldoende tijd om ook op de set aanwezig te zijn en daar mijn steentje bij te dragen. Ik raakte geen camera of lamp aan, maar zorgde ervoor dat de juiste props aanwezig waren en dat de verlengsnoeren werden uitgerold. Ondertussen keek ik, nam ik alles in me op en legde ik daarmee de basis voor de filmmaker die ik nu ben.

De assistent van de assistent van de assistent

Erwin is in overleg met de cameraman. Er moet een lamp verplaatst worden. De cameraman zegt tegen de gaffer dat de lamp verplaatst moet worden. De gaffer zegt vervolgens tegen zijn assistent dat de lamp verplaatst moet worden. Ik was verbaasd.

Waarom zet die cameraman die lamp niet gewoon zelf even opzij? Waarom moet dat, bij wijze van spreken, door de assistent van de assistent van de assistent worden gedaan? Het was een leermoment waar ik in eerste instantie wat minder enthousiast over was. Maar het bleek iets te zijn dat bij het maken van een ‘echte’ film heel normaal was. Toch heb ik tijdens die hele opnameperiode enorm genoten van mijn rol als assistent van de assistent van de assistent van Erwin Olaf en Frans Franciscus.

Maar wat is dat met dat behang?

Maar wat doen al die foto’s van dat behang bij deze blog? Dat heeft alles te maken met de locatie waar de film werd opgenomen: landhuis Oud Amelisweerd. Een landhuis dat er destijds verlaten en verwaarloosd bij lag. Maar het huis verborg een bijzondere schat. De bewoners hadden de luiken voor de ramen gedurende lange periodes gesloten gehouden. Het landhuis diende als buitenverblijf voor een welgestelde familie uit Utrecht en werd alleen tijdens de zomermaanden gebruikt. De rest van het jaar bleven de luiken gesloten. Daardoor bleef het handgeschilderde Chinese behang in het landhuis uitzonderlijk goed bewaard. Zo goed zelfs, dat het tegenwoordig nog steeds te bewonderen is. Inmiddels is het landhuis een museum geworden.

Afgelopen weekend liep ik, voor het eerst sinds tientallen jaren, weer door de deuren van het landhuis naar binnen. Hetzelfde landhuis waar ik ooit als assistent aan een film had mogen werken. De kamers riepen onmiddellijk herinneringen op. Hier stond dat.Daar stond een Harley-Davidson op een draaischijf, met daarop een acteur die een opera zong. En daar stond Theo van Gogh, als Betty Stöve, ballen tegen de muur te slaan. Op de trap stond Arjan Ederveen, heel onhandig, met een enorme berg opblaaspoppen.

Het waren flitsen uit een bijzondere tijd. Een flashback naar een hele mooie periode. En tegelijkertijd kwam ook dat gevoel weer terug dat zo moeilijk te omschrijven is.

Sehnsucht.

Van zwart naar wit

Na de opnames van de film trok ik de stoute schoenen aan en vroeg ik de beheerders van het landhuis of ik er zelf een fotoserie mocht maken. Het resultaat was een serie foto’s met de ietwat lugubere titel Murder in Reverse. Geïnspireerd door de serie Blacks van Erwin Olaf en een platenhoes van Joy Division maakte ik deze serie.

In deze blog laat ik slechts drie foto’s uit de serie zien. De komende tijd wil ik de foto’s opnieuw gaan bewerken en perfectioneren, met als doel om ze uiteindelijk weer te exposeren.

Soms brengt een bezoek aan een plek je onverwacht terug naar een andere tijd.

Voor mij begon het met fotografie, donkere kamers en het ontwikkelen van film. Daarna kwam de wereld van de filmset. Een wereld waarin ik niet alleen leerde hoe films worden gemaakt, maar waarin ik ook mezelf kon ontwikkelen. Met dank aan Erwin, Frans en alle assistenten van de assistenten van de assistenten in die bijzondere wereld.

De foto hieronder is van de keuken. Daar kregen we tijdens de opnames ’s ochtends ons ontbijt. En het vreemde? Na het afronden van de filmopnames kreeg ik destijds ontzettende heimwee naar de wereld in het landhuis. Want dat is het mooie van werken aan een film: het zijn niet zomaar een paar uur opnames en daarna weer naar huis. Het zijn dagen achter elkaar waarin je leeft in een decor dat op dat moment je dagelijks leven is. Met acteurs die opeens bekenden van je worden en met mensen met wie je in het dagelijks leven misschien niet zo snel een gesprek zou aanknopen.

Hieronder drie foto’s uit mijn serie ‘Murder in Reverse’